2:1 | Maar terwijl Jezus wordt geboren |
2:2 | zij zeggen: waar is |
2:3 | Maar als koning Herodes dat hoort |
2:4 | Hij brengt alle heiligdomsoversten en |
2:5 | Zij zeggen tot hem: |
2:6 | en jij, Betlehem, land van Juda, |
2:7 | Dán |
2:8 | Hij stuurt hen naar Betlehem en zegt: |
2:9 | Gehoor gevend aan de koning |
2:10 | Als zij de ster zien |
2:11 | Ze komen het huis binnen |
2:12 | En in een droom gewaarschuwd |
Matteüs 2, 1-12
Hier commentaar.